De eindexamens zijn geweest, nog een weekje wachten op de uitslagen en het is bekend welke leerlingen geslaagd zijn en niet. Gelukkig duurt dat voor mij nog een jaar, maar wat voor jaar!
Voor ons komt de eindspurt er ook al rap aan. Over een week toetsweek, en dan maar puntjes tellen, en kijken wie er mee mogen naar VWO 6. Eigenlijk is het al begonnen, het jaar van de laatste keren. De laatste keer gym, de laatste toetsen die níet meegaan naar je eindexamen, en voor iedereen: de laatste lessen in het oude gebouw.
Zo'n laatste jaar is altijd vreemd. Aan de ene kant kom je steeds dichter bij je dromen, lekker op kamers, de studie doen die je altijd al gewild hebt, enzovoort, enzovoort. Maar aan de andere kant is het ook een jaar van afscheid nemen. Van je klasgenoten, je docenten, het gebouw en de middelbare schooltijd in het algemeen. Een periode die je afsluit, en nooit meer opnieuw zal beleven. Nog een kenmerk: het is zo voorbij. Voor sommigen een opluchting, voor anderen dat traantje in je ooghoek. Na zo'n laatste jaar ga je plotseling alles missen, zelfs de dingen waar je je het méést aan geërgerd hebt zijn je plotseling dierbaar. We hebben het allemaal meegemaakt aan het eind van groep acht, of ik dan, want ik ben geen natuurtalent als het gaat om afscheid nemen.
Hier ook weer. Ik heb vanaf klas één bij de leerlingenraad en de schoolkrant gezeten, in de tweede kwam ik bij de MR en in de derde werd ik sooszlid. Straks ben ik al zeven jaar (blijven zitten in VWO 4) nauw betrokken bij deze school. Jij hebt je er voor ingezet, mensen hebben zich ingezet voor jou, en in mijn geval hebben we samen veel problemen doorstaan en/of opgelost. Dat schept een band, met alles om je heen. Als er tot nu toe een tijd is die ik over wil doen, dan zijn het wel deze zeven jaar, inclusief de tranen die er zo nu en dan wel vielen. Zo'n jaar doe je allemaal dingen voor de laatste keer. Je kunt ze afstrepen, en zeggen: eindelijk, dit nooit meer. Je kunt ook genieten van elke laatste keer, en beseffen hoeveel je dat gaat missen. Elke laatste keer is een klein beetje afscheid nemen, afscheid nemen van iets wat niet meer terug komt, of niet op deze manier. Het zijn als regendruppels op een blad. Je kunt wachten tot het blad eindelijk droog is, je kunt ook de schoonheid van elke druppel koesteren. Waarschijnlijk wordt je van het eerste een stuk gelukkiger, maar voor mij is het ook een stuk moeilijker, omdat ik me nu al besef hoeveel ik de dingen ga missen waar ik afscheid van neem. Gelukkig komen er ook mooie dingen voor terug!
vrijdag 11 juni 2010
Jaar van laatste keren
woensdag 9 juni 2010
Stemmen?
Op school zijn we met filosofie bezig met samenleven, hoe ontstaat een samenleving, hoe ziet een goede samenleving er uit, enzovoort. Toen ik vanavond thuis kwam uit trainen kwam mijn moeder net beneden.
Zo verbazend is zo'n gesprek niet vandaag. Wat mij meer verbaasde is het antwoord dat ik krijg als ik vraag op welke partij. 'Weet ik nog niet.' Blijkbaar beslissen mensen pas in het stemhokje wat ze gaan doen. Vreemd eigenlijk, want het is best een belangrijke beslissing, het gaat er immers wel om door wie, en hoe het land de komende paar jaar bestuurd wordt.
Zelf houd ik me eigenlijk veel te weinig bezig met politiek, maar ja waarom zou ik ook, ik ben immers nog 17! Maar aangezien ik er geen verstand van heb, bemoei ik me er ook niet mee. 'Waarom heb je niet meegedaan aan de scholierenverkiezingen?' Omdat ik er te weinig van af weet. Als ik ergens voor uitkom wil ik er achter staan, dat kan niet als ik geen idee heb wat ik doe. Blijkbaar geldt dat lang niet voor iedereen.
Eigenlijk is het raar dat een stem (en niet één, maar een heleboel) eigenlijk bij toeval gegeven wordt. Als iemand vijf minuten eerder was gegaan, was hij iemand anders tegengekomen, had hij ergens anders op gestemd. Wie beweert dat dat niet van zulk toeval afhankelijk is, zou thuis immers wel weten wat hij ging doen. Een staat gebaseerd op zoveel toeval is eigenlijk bizar natuurlijk.
Ik zie twee opties: zorgen dat je verstand van zaken hebt, en bewust kan kiezen voor de juiste partij, óf niet stemmen en het overlaten aan mensen die wel 'weten wat ze doen'. Dat klinkt erg overdreven, maar zo gek is het niet. In Plato's ideale staat was de macht namelijk in handen van de koning-filosofen. Die waren wijs, en wisten wat goed was voor hun staat. Die konden hun macht dus goed (op de juiste manier) gebruiken. Kennis is dan misschien macht, maar voor macht is zeker kennis nodig!
Daarbij, stel je eens voor, je mag stemmen! Wij vinden het heel gewoon, maar sta er eens bij stil hoe bijzonder dat eigenlijk is. Je hebt een stem te vergeven, een schat, een wonder. Dat wonder, daar ben je zuinig op, dat geef je niet zomaar aan iemand weg, je geeft het aan iemand waarvan je weet dat hij er iets moois mee gaat maken.
Bronnen afbeeldingen:
http://nl.123rf.com/photo_4538257.html
http://www.trouw.nl/nieuws/politiek/article2777624.ece/Fotodossier__Europese_verkiezingen_2009.html
zondag 30 mei 2010
De optimist in mij
Degene die beweert dit niet te kennen is óf de gelukkigste mens op aarde, óf een leugenaar. Voor mij is het heel bekend: dingen gaan
niet altijd meteen zo als je graag gewild had. Dan kun je twee dingen doen: je kunt het accepteren, of je kunt hemel en aarde bewegen om het te veranderen. Ik ben tot beide in staat.
Ik wil mezelf nou niet hét voorbeeld noemen als het gaat om wilskracht en doorzettingsvermogen, maar ik kom een heel eind. Als ik iets werkelijk wil, reken dan maar dat ik er komen zal! Niet alle wegen leiden naar Rome, maar het is er zeker meer dan één.
Maar ik heb ook het eerste geleerd. Ik heb geleerd dingen te accepteren, en méér nog. Ik heb geleerd dingen anders te zien. Laatst maakte ik de vergelijking met een koekje. Je wilt ontzettend graag een koekje hebben, maar die zijn er nou net even niet. Dan kun je op de bank gaan zitten en mokken om dat lekkere koekje dat je nu niet hebt, of kunt een appel nemen. Ik ben niet alleen in staat om te accepteren dat er geen koekjes zijn, ik ben ook nog in staat om lekker van die appel te genieten. Zo moesten wij vroeger altijd ons bord leeg eten. Lekker of niet, dat bord moest leeg. Nouja, als je het toch op moet eten, dan kun je het maar beter lekker vinden, of niet soms?
Zo zijn er situaties die je gewoon niet kunt veranderen. Dan moet je niet zitten mokken om hoe je het graag had willen hebben, dan moet je kijken hoe het nú is, en er in deze situatie het beste van maken. En soms, soms blijkt die appel dan zelfs lekkerder te zijn dan dat koekje dat je had willen hebben.
Bronnen afbeeldingen:
http://malieveld.wordpress.com/2009/07/03/zure-appel/
http://cobornsdelivers.wordpress.com/2009/07/21/you-can-have-your-cookie-and-eat-it-too/
vrijdag 28 mei 2010
Eigen eiland
Misschien ken je dat gevoel nog wel, het gevoel dat je hebt als je voor het eerst beseft dat je zelfstandig aan het worden bent. Ik heb het altijd geassocieerd met een eilandje. Je hebt altijd op dat van je ouders gestaan, en nu kom je er achter dat je een eigen eilandje hebt. Ik zag mezelf op dat moment als een prins (gek genoeg, aangezien ik een meisje ben) met zwaard en al op mijn eigen kleine eilandje staan, met niet meer dan een meter doorsnede. Het was een prachtig gevoel, ik voelde me sterk, zelfstandig, verantwoordelijk, volwassen. Maar het voelde ook kwetsbaar. Ik had dan mijn eigen eilandje, maar ik moest er ook zelf voor zorgen. Dat gevoel heb ik bijna een week vastgehouden, toen werd ik weer een meisje, aan het eind van die week was ik bek-af.
Vastgehouden of niet, ik had er kennis mee gemaakt, ik wist dat het bestond. Waarschijnlijk was ik toen een jaar of 13. Nu heb ik dat gevoel steeds vaker, vooral als ik bezig ben met studiekeuze, of dingen uit aan het zoeken ben voor de toekomst. Het eilandje is langzaamaan steeds groter geworden, en voelt steeds meer vertrouwd. Nu moet ik de vergelijking eigenlijk wat uitbreiden, want het eilandje heeft in het begin altijd boven dat van mijn ouders en mijn omgeving gehangen. Als ik er af viel, viel ik een metertje omlaag en stond ik weer op vaste grond. In de loop der jaren is het eiland niet alleen gegroeid, er komen ook steeds meer stukken bij die níet boven de vaste grond zweven, ik kan niet zien waar ik land als ik er af val.
Zo voelt groot worden voor mij. Er komt een dag dat mijn hele eilandje op zichzelf staat, en er alleen nog een hangbrug is tussen dat van mij en mijn ouders, op dat moment ben ik volwassen, als de eilandjes even hoog zweven.
Tot slot een citaat dat hier mooi op aan sluit. Het komt uit het boek De gevleugelde kat en verwoordt mijn gevoel van volwassen worden zo goed dat ik er elke keer weer kippenvel van krijg. Josje en een paar andere 'kinderen' zijn verzeild geraakt in een avontuur, en Josje is op een goed moment alleen.
"De dag ziet er heel anders uit als je alleen bent. Dan is de dag zakelijk, een beetje boosaardig, uitdagend en afwachtend. Maar ook van jou. Jouw vijand, jouw vriend. Jouw tembare paard."
Deze zomervakantie waag ik me op de 'gevaarlijke' gebieden van mijn eiland, en ga zelf mijn dagen temmen.
woensdag 28 april 2010
Als de tijd vliegt, vlieg mee
Een van de dingen die je tegenkomt op mijn kamer is een Loesje scheurkalender. De voorkant van dit jaar is 'Als de tijd vliegt, vlieg mee'. Nou de tijd vliegt inderdaad. Zo zit je in groep acht, zo in de derde klas, en zo ben je al weer bijna klaar. Het lijkt nog maar net geleden dat ik als 'derde-klassertje' op het Fedde-Schurerplein kwam, en nu zit ik alweer tegen de examenklas aan! Wie had dat gedacht, ik als vijfde-klasser(-Tje, nog steeds)!
Misschien ken je dat wel. Als kind heb je van die mensen waar je naar op kijkt. 'Zo wil ik ook worden.' Voor mij waren dat tieners. Ik heb altijd graag een tiener willen zijn, en dan een die aardig is voor kinderen. Kinderen heeft me altijd wel wat geleken. Ik heb mijn eigen toekomst niet anders gezien dan voor de klas. Basisschool, voortgezet onderwijs, gym, filosofie, maar voor de klas in ieder geval. Maar goed, tiener dus.
Toen ik vijftien was is het gelukt. Het was op de camping. Ik doe aan acro, en tijdens de recreatie-weken vroegen ze of ik een keer een les wilde geven. Hartstikke leuk natuurlijk, doen we! De volgende twee weken kreeg ik mijn eigen programma onderdeel en aan het eind van de rit werd me gevraagd of ik bij het recreatie-team wilde. Helemaal mooi! Maar het jaar erna merkte ik eigenlijk pas echt wat me overkomen was. Ik had mezelf gevonden! Ik kwam terug op de camping en ik zat er al weer helemaal in. Wat had ik dit gemist zeg! Die vakantie heb ik niet alleen acro-lessen gedraaid maar ook elke dag ochtendgym gedaan met de kinderen. Een kleine warming up, en een spelletje. Als ik zag hoe die kinderen daar elke dag weer plezier in hadden genoot ik er zelf ook weer ontzettend van. Maar het mooiste was misschien toen er kinderen van het vorige jaar kwamen, en nog wisten wie ik was! Juf, kwamen ze, juf, wanneer gaan we weer acro doen?
Voor mijn ouders en docenten ben ik zelf nog dat meisje, maar op de camping kwam ik mijn volwassen ik tegen, de juf in mij. Dat besef, dat je nu voor een ander bent zoals die mensen waar je vroeger zo naar op gekeken hebt, dat is toch het mooiste wat je kunt bedenken? Ik kan dus één tip geven: Tijd vliegt, sla je vleugels uit en vlieg mee!
Bron afbeelding: http://macro-art.deviantart.com/art/Ladybird-fly-away-54849099?offset=10
maandag 26 april 2010
Nieuw avontuur
Een hele tijd geleden alweer, maar hier dan toch een nieuw bericht. Grote vakantieplannen dit jaar. Niet mee met de ouders en lekker zelf op de camping staan. Drie weken in het activiteiten team en drie weken werken, ik zal toch ergens van moeten eten, of niet?
Het was even afwachten wat mijn ouders zouden zeggen. De eerste keer dat ik niet mee ga, maar ze pikken het heel leuk op. Ze willen overal wel wat mee helpen. Een tentje kan ik wel mee krijgen van huis, bestek is geen probleem, financieel willen ze zelfs wel een steuntje in de rug geven en ik kon met Erik mee rijden om een baantje te zoeken. Spannend blijft het wel zo'n eerste keer, maar ik weet dat ik bij mijn ouders terecht kan. Dat scheelt een hoop.
Het blijft een avontuur. Je bedenkt het zo makkelijk: ik ga wel werken. Maar dan ben je 's avonds thuis van een dagje werk zoeken, en dan ben je toch wel moe. Afgelopen zaterdag ben ik in het dorp bij de camping geweest om werk te zoeken. Eerst de supermarkten af, drogisten, action, hema, noem het maar op. Dan blijkt hoe moeilijk het is om op afstand werk te zoeken. Overal krijg je een solicitatie-formulier voor je neus waar ineens ook nog een pasfoto of een kopie van je ID-kaart bij moet. Ja, oeps, die hebben we nu niet. Als je zegt dat je aan de andere kant van het land woont wordt het lastig. 'Het is wat lastig om op sollicitatie te komen, kan het misschien later vandaag, of over de telefoon?' Dan wordt er een manager bij gehaald die in de eerste instantie precies hetzelfde zegt. 'Hier heb je een sollicitatie formulier.' Op de een of andere manier is 'vandaag' nooit degene aanwezig die hier over gaat, en moet je altijd later terug komen, dat wordt dus wat lastig... Nouja gaat het niet altijd verkeerd. Bij de ene winkel kon ik over een half uurtje terug komen, en bij een paar anderen was er wel wat te regelen zodat ik in de buurt van mijn eigen woonplaats sollicitatie kon doen.
Nu alle formuliertjes maar invullen en hopen dat ik ergens aangenomen wordt!Maar met werk ben je er nog niet. Het is net alsof je zes weken op jezelf gaat wonen, in een tent nog wel! Zelf koken, wassen, inkopen doen, op het geld letten, en dan zijn er vast nog tig dingen waar ik nog niet eens aan gedacht heb.
Al met al ben ik zaterdag begonnen aan een groot avontuur. Ik heb nu al zin in het vervolg, maar eerst de vijfde klas maar eens af maken!
maandag 22 februari 2010
Wonderen
Als kind gebeuren er om je heen veel wonderen. Dingen gebeuren gewoon. Zo zit je te spelen, zo zit je aan een gedekte tafel. Je vieze kleren worden zomaar binnen een week schoon. Eten is nooit op, alsof die kastjes zichzelf vullen. En dan zijn er ook nog ineens cadeautjes als je jarig bent, of Sinterklaas over het dak loopt!
Na een aantal jaar worden steeds meer van die mysteries ontrafeld. Het blijkt dat je ouders tafel dekken, koken, de was doen, eten kopen, en wat doen ouders allemaal wel niet? Al die wonderen zijn geen wonderen meer. Het waren gewoon je ouders... Wat eerst vanzelfsprekend was, het gebeurde gewoon, wordt nu door iemand gedaan.
Dan komt het moment dat je zelf de wonderen moet gaan verrichten. Je moet zelf tafel dekken en afruimen, je moet zelf je kamer opruimen en het bed opmaken. In de loop van de tijd moet je steeds meer zelf doen, en wat eerst nog wonderen waren, zijn nu plotseling vervelende klusjes waar maar geen eind aan komt.
Dan ga je uit huis. Zelfs de laatste wonderen die je ouders voor je verrichtten moet je nu zelf verzorgen. (Je kunt vaak wel terugvallen op je ouders, maar het gaat even om het idee). Dat is misschien wel de vervelendste periode. Je moet wonderen verrichten, maar er is niemand voor wie het een wonder is...
Tot je een vriend krijgt. Je verricht wonderen voor elkaar, en geniet er samen van. Je moet wel is waar twee keer zulke grote wonderen verrichten, maar het hoeft ook maar de helft van de tijd. Bovendien is er nu iemand die ze waardeert, al zijn het voor hem ook maar klusjes die jij voor hem doet en andersom, en niet werkelijk wonderen.
Maar dan krijg je kinderen. Ik ben zelf nog zowat een kind (nouja...) maar het schijnt dat ze veel tijd kosten, ik geloof het graag. De klusjes die je voor twee personen moest doen worden nu uitgebreid met luiers verschonen, flesjes geven, nog meer was doen, kleertjes kopen (wat groeien kinderen snel!) en noem allemaal maar op. Als kind denk je telkens maar weer dat je zo veel moet doen, en het wordt alsmaar meer.
Maar als je eens tegen een klus opkijkt, bedenk dan wat het voor een ander is, wat het voor jou was. Bedenk, dat je eigenlijk een wonder verricht.
